Alleenstaande ouders in de WWB krijgen, op het moment dat hun jongste inwonende kind achttien jaar wordt én studerend of schoolgaand is, te maken met een verlaging van hun bijstandsuitkering.

Onderzoeksdoel en vraagstelling

De stass heeft IWI gevraagd om onderzoek te doen naar en te rapporteren over de gemeentelijke bijzondere bijstandpraktijk op het terrein van de inkomensondersteuning van bijstandsgerechtigde alleenstaande ouders. De uitkomsten betrekt hij bij het maken van een keuze ten aanzien van de vorm en inhoud van een mogelijke wetswijziging WWB. De hoofdvraag van het onderzoek WWB voor eenoudergezinnen met inwonende studerende kinderen ouder dan 18 luidt: welk beleid van gemeenten sluit het beste aan bij de wens van de Kamer om het bijstandinkomen van alleenstaande ouders met een inwonend en studerend kind dat 18 jaar wordt tegen inkomensachteruitgang te beschermen.

Samenvatting en conclusie

Alleenstaande ouders in de WWB krijgen, op het moment dat hun jongste inwonende kind achttien jaar wordt én studerend of schoolgaand is, te maken met een verlaging van hun bijstandsuitkering. Vanaf dan krijgt het kind immers een eigen inkomen, hetzij uit studiefinanciering, hetzij loon of een uitkering. Daarnaast vervalt het recht op kinderbijslag. De inkomensachteruitgang die daardoor optreedt, wordt niet altijd (volledig) gecompenseerd door het inkomen dat het thuiswonende kind ontvangt. Alleenwonende ouders in de WWB houden recht op een toeslag van 250 euro per maand als hun thuiswonende kind achttien wordt en gaat studeren. Uit de verkennende studie blijkt dat op dit moment 14 procent van de gemeenten deze toeslag niet verstrekt. Dit gebeurt ondanks een gerechtelijke uitspraak die gemeenten hiertoe verplicht. Van kinderen met alleen studiefinanciering niet kan worden verwacht dat substantieel bijdragen aan de kosten van de huishouding. Bron: Bibliotheek SZW